Mirakel 251

 

18 september 1383

Beatrijs van den Berghe, woonachtig te Herk bij halen, was reeds twee maanden lang verlamd aan haar rechterhand, toen zij haar offerande aan Maria van

’s-Hertogenbosch beloofde. Zij genas spoedig en zond veertien dagen geleden iemand in haar naam om de offerande aan te bieden. Zij was te oud en te verzwakt om zelf naar ’s-Hertogenbosch te komen.

Mirakel 252

19 september 1383

Art, de zoon van Aleid, de vrouw van Jan Willemsz, woonachtig te Rijswijk, werd einde juli zo ziek, dat het leek alsof hij zou gaan sterven. Na een maand beloofden zijn moeder en hij zelf een bedevaart tot Maria van ’s-Hertogenbosch, Daarop genas Art. Samen met zijn moeder en de buren volbracht hij de bedevaart en offerde zijn gewicht in wijn en weit.

 

Mirakel 253

20 september 1383

Stine, de dochter van Gerrit Alverdoen en van Heilwich, woonachtig te Heusden, viel zes weken geleden van een hoge zoldering en bleef levenloos liggen. Na meer dan drie uur beloofden haar ouders een bedevaart tot Maria van ’s-Hertogenbosch. Meteen kwam Stine tot leven en elf uur later kon zij weer spreken en genas zij geheel. De ouders volbrachten met hun kind de bedevaart.

 

Mirakel 254

2 september 1383

Griet, de vrouw van Jan Kempen, woonachtig te Didam bij Arnhem, werd ziek als een melaatse, zodat haar gehele lichaam wit werd. Haar huid leek op berkenschors. Na een jaar beloofde zij een bedevaart tot Maria van ’s-Hertogenbosch, welke zij bedelend zou afleggen, en een kelk van een pond was, waarna zij spoedig genas. Samen met haar buren volbracht zij haar bedevaart.

 

Mirakel 255

20 september 1383

Jan, de zoon van Wouter Manghelman en van Hille, woonachtig te Elst in de Betuwe, leed in ernstige mate aan vallende ziekte, zodanig, dat hij binnen een half etmaal wel vijftien maal een toeval kreeg. Zijn ouders beloofden een bedevaart tot Maria van ’s-Hertogenbosch, waarop het kind genas. Zij volbrachten met hun zoon de bedevaart en offerden zijn gewicht in wijn en weit.

 

Mirakel 256

21 september 1383

Klaas Jansz, woonachtig te Zierikzee, kreeg op 17 juni aan zijn rechterbeen van de enkel tot aan de knie ontstekingen en open wonden. Twee artsen werden tevergeefs geraadpleegd. Toen beloofde hij een bedevaart tot Maria van ’s-Hertogenbosch. Kort daarop kon hij met krukken lopen en spoedig genas het been helemaal. Klaas volbracht zijn bedevaart met de buren en offerde de krukken.

 

Mirakel 257

22 september 1383

Acht, de vrouw van Hine die Rike, woonachtig te Steenbergen, kreeg in deze zomer een klierontsteking in haar linkerbeen. Zij beloofde een bedevaart tot Maria van ’s-Hertogenbosch, waarop zij in slaap viel. In een droom verscheen haar Maria, zoals ze staat in de kapel te ’s-Hertogenbosch, en nam met zachte hand het gezwel weg. Wakker geworden was Acht geheel genezen. Zij volbracht haar bedevaart met de buren.

 

Mirakel 258

 

22 september 1383

Jan Balch, de zoon van Wouter Balch en man van Corstijn Willemsdr. Scoemekers, woonachtig te Wuustkerk bij Halen, kreeg in de vasten van 1383 pijn in zijn gehele lichaam. Toen hij een bedevaart tot Maria van ’s-Hertogenbosch beloofde, kwamen uit zijn lichaam via zijn keel zwarte stoffen en genas hij. Daarna werd zijn vrouw met Pasen ziek en leed aan geelzucht, zodanig dat zij bediend moest worden. Artsen gaven haar op. Daarop beloofde hij nogmaals  een bedevaart tot Maria van  ’s-Hertogenbosch, waarop ook zij in korte tijd genas. Beiden volbrachten de bedevaart samen met de buren en zij offerden het gewicht van Corstijn in wijn en weit, in goud en zilver.

 

Mirakel 259

22 september 1383

Griet, weduwe van Lemmen Pels, woonachtig te Maastricht, was meer dan twee jaar verlamd. Haar benen waren samengegroeid en zij bewoog zich kruipend vooruit . Soms liep zij op krukken (onvolledige tekst in het mirakelboek)

 

Mirakel 260

22 september 1383

Herman Weijlap, schoenmaker, en Jan Weijlap , diens broer, woonachtig te Coesvelt in Westfaelen, hadden een bedevaart volbracht tot Maria te Aken, toen zij kort na 8 september terugkeerden. In de buurt van Geldern werden zij beroofd en gevangen gezet door ruiters. Toen zij Maria van 's-Hertogenbosch aanriepen en een pelgrim van zilver met een zilveren staf in de hand beloofden, werden zij de volgende dag vrijgelaten met behoud van hun goederen. Met hun buren volbrachten zij de bedevaart en offerde de pelgrim van zilver.

Mirakel 261

23 september 1383

Arnt, de zoon van Jan Yeweens, woonachtig te 's-Hertogenbosch bij de Heer-Geerlingsbrug in "de Hof van Hollant", was voor 24 juni in de stad  Le-Quesnoy in Henegouwen bij Frankrijk, toen hij door een beroerte in zijn gehele lichaam getroffen werd. Artsen werden tevergeefs geraadpleegd. Na zes weken beloofde hij een bedevaart tot Maria van 's-Hertogenbosch en een pond was. Kort daarop genas hij en volbracht zijn bedevaart. 

Mirakel 262

26 of 27 september 1383

Jonkvrouw Ane, de vrouw van Peter, zoon van ridder Dirk van der Beest, woonachtig te Oosthuizen bij Hoorn in West-Friesland, werd op 24 juni ziek en kreeg een gezwollen en verlamde rechterhand. Artsen zeiden haar dat zij leed aan een beroerte. Na zes weken beloofde zij een bedevaart tot Maria van

's-Hertogenbosch. Kort daarna genas zij. Zij volbracht met andere deftige lieden de bedevaart. 

Mirakel 263

28 september 1383

Michiel, een tienjarige scholier, woonachtig te Vilvoorde, de zoon van Michiel van  Melbroec, steenhouwer, en van Katerijn, werd elf weken geleden ziek en stierf op 21 juli. Zijn vader was erg bedroefd, temeer omdat hij afgesproken had, bij de stad Dendermonde voor zeven pond een lijfrente op een van zijn zonen af te sluiten. Toen Michiel drie uur dood was, koos hij samen met zijn vrouw in de kerk de plaats van het graf uit. Snel reed hij daarop naar Dendermonde, maar de akte van lijfrente was helaas definitief opgemaakt en bezegeld, uitgerekend op het leven van Michiel. Op de terugweg naar huis beloofde hij een bedevaart naar Maria van's-Hertogenbosch en een offerande van een mensenfiguurtje van een mark zilver. Tevens beloofde hij tot dan alle zaterdagen te vasten en geen vlees te eten. Toen hij thuis kwam, was zijn zoon weer tot leven gekomen, na zeven uur levenloos geweest te zijn. De ouders volbrachten met Michiel en nog een andere zoon en met de buren hun bedevaart. 

Mirakel 264

28 september 1383

Soete Petersdr., woonachtig te Zierikzee, raakte op 23 juni buiten zinnen en moest vastgebonden worden. Na vijftien weken beloofden haar vrienden en familieleden een bedevaart tot Maria van's-Hertogenbosch, waarna zij beter werd. Ook zelf beloofde zij toen een bedevaart. Allen volbrachten deze. 

Mirakel 265

28 september 1383

Steven, de zoon van Hendrik Loef en van Liesbet, woonachtig te Rijswijk bij Mourik in Gelderland leed aan vallende ziekte. Zijn ouders beloofden in de laatste winter een bedevaart tot Maria van 's-Hertogenbosch, waarop het kind genas. Met drieën volbrachten zij de bedevaart. 

Mirakel 266

29 september 1383

Willem die Vriese, de zoon van Gielis Vriessen en van Liesbet, woonachtig te Veghel, viel op 31 oktober 1382 in een gracht en verdronk. Nadat men hem koud, stijf en zwart uit het water had gehaald, bleef hij 4 uur levenloos. Zijn ouders beloofden een bedevaart tot Maria van 's-Hertogenbosch, en het gewicht van het kind in wijn en wit. Daarop kwam het kind tot leven. De ouders volbrachten met hun kind en met de buren de bedevaart.  

Mirakel 267

30 september 1383

Egbert, de zoon van Peter Borst, woonachtig te Ouderkerk bij Amsterdam, viel negen dagen geleden in een ketel water en verdronk. Na meer dan een uur haalde men het kind eruit, Toen beloofden zijn vader, woonachtig te Amsterdam,en Tielman Gerrits, woonachtig te Ouderkerk, bij wie het kind woonde, een bedevaart tot Maria van 's-Hertogenbosch en een beeld van was. Daarop kwam het kind tot leven. Samen met het kind volbrachten zij de bedevaart. 

Mirakel 268

2 oktober 1383

Willem, de zoon van Jutte, weduwe van Jans Willems, woonachtig te Elst in de Betuwe, raakte in deze zomer buiten zinnen. Na zeven weken beloofde zijn moeder een bedevaart tot Maria van 's-Hertogenbosch en het gewicht van haar zoon in wijn en weit. Kort daarop genas Willem.Samen met haar zoon volbracht Jutte de bedevaart. 

Mirakel 269

4 oktober 1383

Liedelt, de dochter van Willem van Os en van Geertruid, woonachtig te Eethen,brak in mei 1382, toen ze 2 jaar oud was en in haar bedje lag, haar beide benen en borstbeen. Haar ouders beloofden een bedevaart tot Maria van 's-Hertogenbosch en het gewicht van het kind in wijn en weit. Kort daarop genas Liedelt, nog voordat men het koren maaide. Met drieën volbrachten zij de bedevaart. 

Mirakel 270

5 oktober 1383

Dirk die Jonchere, woonachtig te NIjmegen, kreeg een ontsteking onder zijn oog. Artsen konden hem niet genezen. Na vijftien maanden zweerden de fistel en zijn oogbeen zodanig, dat hij een bedevaart beloofde tot Maria van 's-Hertogenbosch en een wassen hoofd ter waarde van drie pakken. De volgende dag was de pijn over, viel er een stuk bot uit de wonde en genas Dirk. Hij volbracht zijn bedevaart. 

Mirakel 271

6 oktober 1383

Willem Jansz, woonachtig te Leiden, leed gedurende vier jaar aan pijn in de buik, veroorzaakt door blaas- of nierstenen. Toen beloofde  hij in de zomer van 1383 een bedevaart tot Maria van 's-Hertogenbosch en een mannengestalte van twee lood zilver. Hij genas en volbracht zijn bedevaart. 

Mirakel 272

5 oktober 1383

Hein Jacobsz, woonachtig te Schellingwoude in West-Friesland, werd op 22 augustus gevangen genomen en overgebracht naar een burcht te Medemblik. Ook een zekere Siomon Geerliksz, geboortig van Schagen, zat er ten onrechte gevangen. Na drie weken slaagde Simon erin zich enigermate te ontdoen van de boeien, waarop hij nog vaster werd gebonden. Ten einde raad beloofden zij een bedevaart tot Maria van 's-Hertogenbosch en een offergave van een blok van vijf pond was. Tot aan de bedevaart zouden zij hun offergeld bijeen bedelen en geen vlees meer eten. Terstond gingen alle sloten los, brak het blok open, en ook de drie deuren gingen dankzij Maria gemakkelijk open. Hein volbracht de bedevaart en bracht een getuigenis mee, geschreven in het Latijn en bezegeld door twee priesters, dat het zo geschied was. Ook Simon volbracht de bedevaart. 

Mirakel 273

8 oktober 1383

Jan Poertenaer, woonachtig te Swalmen bij Roermond, getrouwd met Aleid, werd zo ziek aan zijn benen, dat hij gedragen moest worden. HIj moest er zijn functie, - rechter voor de heer van Swalmen - door opgeven. Zelfs met krukken kon hij niet lopen. Na 2 1/2  jaar ziekte verscheen hem in de winter van 1382 op 1383 Maria, die hem aanspoorde zijn krukken aan haar op te dragen. Daarop beloofde hij een bedevaart en genas. Samen met zijn vrouw en buren volbracht hij de bedevaart en offerde zijn krukken. 

Mirakel 274

13 oktober 1383

Hendrik van den Wormmorter, woonachtig te Brussel, kreeg half augustus pijn aan zijn hart, en dacht te sterven. Volgens de artsen droeg hij die ziekte al zes jaar. Ook leefde hij al dertien jaar in moeilijkheden.Drie weken later beloofde hij een bedevaart tot Maria van 's-Hertogenbosch en hij zou geen vlees meer eten tot aan de bedevaart. Meteen genas hij en raakte zijn spanningen kwijt. Dit vond ongeveer zes weken geleden plaats. Hij volbracht thans zijn bedevaart. 

Mirakel 275

11 oktober 1383

Corstijn, de dochter van Gijsbert Hendriksz en van Beatrijs, woonachtig in Tuijl, viel een jaar geleden in het water en verdronk. Na geruime tijd werd zij levenloos uit het water gehaald en verwarmd. Na drie uur beloofden haar ouders een bedevaart tot Maria van's-Hertogenbosch en het gewicht van hun dochter in wijn en weit. Terstond kwam zij weer tot leven. Met drieën volbrachten zij de bedevaart. 

Mirakel 276

 

15 oktober 1383

Hendrik den Kulc, getrouwd met Liesbet en woonachtig te Angeren bij Doesburg, kreeg een ontstoken rechterarm. Hij beloofde een bedevaart tot Maria van ’s-Hertogenbosch en genas. Samen met zijn vrouw volbracht hij de bedevaart.

Mirakel 277

13 oktober 1383

Jan, ook wel Zweder genaamd, de zoon van jonkvrouwe Margriet, weduwe van Jan van der Eese, de zoon van Zweder, woonachtig te Vollenhove bij Zwolle, werd na Pinksteren aangetast door de pokken en werd blind aan zijn linkeroog. Zijn moeder beloofde een bedevaart tot Maria van ’s-Hertogenbosch en een zilveren oog als offergave. Binnen drie dagen was het oog van Jan alias Zweder geheel genezen. Margriet, haar zoon Jan en vele buren volbrachten de bedevaart.

Mirakel 278

20 oktober 1383

Peter uuten Biesen, woonachtig in het klooster Binderen bij Helmond, leed aan blaasstenen. Op 8 oktober beloofde hij een bedevaart tot Maria van            ’s-Hertogenbosch. Als offerande beloofde hij zijn gewicht in wijn en weit. De volgende dag verliet een grote steen zijn lichaam en genas hij. Samen met de priester Arnt Dusche volbracht hij de bedevaart.

Mirakel 279

20 oktober 1383

Hendrik van Vyssem, wonachtig te Wessemk in het land van Horn, werd op 7 oktober aldaar gevangen genomen en te Wachtendonk in een omgracht huis gevangen gezet. Hem werd de duimklem aangebracht. Toen hij een bedevaart tot Maria van ‘s-Hertogenbosch beloofde, slaagde hij er in zijn linkerduim vrij te maken. Door een grote opening in de muur kon hij ongemerkt ontsnappen, ging over de gracht en ontkwam. Ondanks zoekacties kwam hij veilig thuis, waar een smid hem van de duimklem verloste. Hij volbracht met zijn buren de  bedevaart en offerde de duimklem.

Mirakel 280

20 oktober 1383

Everard van Kelden, woonachtig te Kelden in het land van Kleef, leed aan een breuk. In augustus beloofde hij een bedevaart tot ’s-Hertogenbosch en dan een ijzeren boetegordel te dragen. Spoedig daarop genas hij; volbracht zijn bedevaart samen met de buren, en offerde de gordel.

 

Mirakel 281

20 oktober 1383

Jonkvrouw Aleid, de vrouw van Peter Mennekens, woonachtig te Spiel bij Gulik, werd ernstig ziek en stierf. Na haar dood verscheen Maria aan haar en zei haar, dat ze tot leven zou komen, als zij in haar doodskledij een bedevaart naar haar beeld te ’s-Hertogenbosch zou volbrengen. Daarna verscheen haar de gegeselde en gekroonde Christus. Kort daarop genas zij en volbracht haar bedevaart met verwanten en gevolgd. Zij offerde een “Nood Gods” in een vergulde lijst, waarop de lijdende Christus afgebeeld stond, zoals hij aan haar verschenen was.

Int jaer ons Heren MCCCLXXXIII 20 daghe in october quam van Speel een half mile nae Gulijc eeneersaem joncfrou Alijt, Peter Mennekoenssoens wijf, met haren knapen ende met haren ghesinde, wellic Alijt een siecheit anquam, dat si alsoe cranc war, dat si starf. Ende doen si versceyden ende doet was, doen quam onse Vrouwe van hemmelrijc tot hoer ende openbaerde haer ende sprac haer toe ende seyde:  “Ghi selt weder levende werden ende soelt u bedevart doen Tsertoghenbosch voer minen beelde, ghelijc als ghi inden grave gheleeghet sout sijn, want ghi versceyden sijt ende inden vleesch wedercomen selt”. Ende doen openbaerde haer onse lieve Jhesus Christus, gehelijs als hi ghepijnt, ghegheselt ende ghewont wart. Ende si wart weder levendicht ende ghenad tericht. Ende doen dede sy een noet maken verguult ende dede daer binnen der noten malen ons Heren pine, hoe dat hi ghepijnt, ghegheselt, ghewont was opden Goeden Vriedacht.

Ende si es comen opden voers. Dach Tsertoghenbosch voer den beelt Marien met haren ghesinde in enen doetcleede, als haer ons Vrouwe bevolen had, ende offerde een note vergult, daer ons Heren lyden in ghemaelts stoent, ghelijc als onse lieve Here Jhesus Christus haer vertoent had, doens si doet was; ende daertoe offertse eersame, costelijkc offerhande ende si heeft Gode ghedanckt ende onser Liever Vrouwen van hemmerliker vander groter gracie ende ghenade, die haer ghesciet es.

Mirakel 282

20 oktober 1383

Een vrouw in het land van Valkenburg kreeg gedurende zes weken barensweeën . Ten einde raad boog men een muntstuk bij haar lichaam en zond een jonge man met het muntstuk naar ’s-Hertogenbosch om het Maria te offeren. Op het moment van de offerande werd de de vrouw van een zoon verlost en werd het kind gedoopt. De moeder volbracht later haar bedevaart naar ’s-Hertogenbosch, zodat zij haar kerkgang gedaan had.

Ende op desen selven dacht quam oec een eersam vrou uuten lande van Valkenborch, wellic vrou een kind droech ende in arbeyden ginch 6 weken lanc van enen kinde. Ende dies kindes en ghevoelde si nye blinden desen 6 weken ende die vrouwen saghen groten jamer an hare. Ende doen boghedemen enen pennich voer haren licham ende dien pennich sendemen met enen knape tot Onser Soeter Vrouwen Tsertoghenbosch. Ende doend die knaep ten Bosch quam, doe offerde die knape dien pennic ende doen seide hi, dat hi dien pennich van dier vrouwe bracht, ende hi bat, dat men voer haer bade , want si langhe in arbeyden had ghegaen van enen kinde. Ende men antwerde desen knape weder, dat onseVrouwe onsen lieven Here voer der vrouwen biddenmoest, dat si enen goede tijt verbeyden moest ende dat haer God met ghenaden ontbinden moest ende si haer ghesunde behouden moest ende dat kind sijn kerstenheid ghecrighen moest. Ende doen die knape tehuus quam, doen had die vrouwe enen sconen jonghen soen en was kersten ghedaen. Ende die soen wart op dier selver uuren gheboren, doen dien knaep ten Bosch voer Onser Soeter Vrouwen sijn offerhande dede.

Ende tierst doen die vrouwe te kercken was ghegaen, doen quam die vrouwe opden voers. Dacht tot Tsertoghenbosch vor den beelt Marien ende heeft haer bedevart ende eersame offerhande ghedaen. Ende si heeft Gode ghedanckt ende siere liever Moeder vander groter gracie ende ghenade, die haer ghesciet es.

Mirakel 283

24 oktober 1383

Trude, de dochter van Herman Nerghenae en van Bele, woonachtig  in Overasselt bij Grave, gelegen boven de Maas in Gelderland, 13 jaar oud, zou op donderdag 25 juni twee koeien ophalen uit de wei. Zij verdwaalde en met kon haar niet meer vinden. In twee kerken werd het zelfs van de preekstoel afgekondigd en men bad voor haar. Bele beloofde een bedevaart tot Maria van ’s-Hertogenbosch met zeven personen en het gewicht van haar dochter in wijn en weit. Zondagmiddag 28 juni werd Trude thuis gevonden op haar eigen bed. Zij vertelde door een zwarte man vastgebonden en meegenomen te zijn in een bos bij Overasselt, waar eens een man vermoord was. Daar stond een oud bemost kruis. Trude hield zich aan dat kruis vast, zodat de zwarte man haar niets deed. Integendeel, hij gaf haar te eten en te drinken, maar zij nam er niets van. Na drie dagen kwam een mooie vrouw, zij joeg de zwarte man weg en bracht Trude veilig naar huis. Daar werd ze gevonden. Trude volbracht de bedevaart met haar ouders en met meer dan vijfentwintig personen, die het gebeurde bevestigden.

Int jaer ons Heren MCCCLXXXIII 24 daghe in october quamen van Overassel, een half mile vanden Grave over die Mase inden lande van Gelre, Herman Nerghenae ende Bele, sijn wijf, met Truden, hare beider dochter, welilc Trude meer dan 13 jaer out was. Wellic Trude te Sinte Jansmisse-te-Midsomer op enen donrendach jeghen den avont een houcke omnam ende soude in enen camp gaen ende halen coyen tehuus teghen den nacht. Ende doen si die coyen tehuus halen soude ende inder scemeringhen was, doen wart Trude verloren, alsoe dat men niet enconste gheweten, waer dat si was. Ende die vriende sochten Truden op ende neder ende si en conden van haer niet vernemen. Ende die papen van 2 prochien die baden opden stoel in die kerke, dat die lude wouden bidden voer Truden , opdat si vernemen mochten van Truden. Ende die moeder van Trude gheloefde haer bedevart tot Onser Soeter Vrouwen Tsetoghenbosch met haer sevender, opdat si mochten vernemen tusschen dan ende sonnendach ten navont, soe woudese Truden, hare dochter, doen weghen met wine ende met weyte, opdat si vertroest mocht werden ende vernemen van Truden, haer dochter Ende doen si die bedevart gheloeft had, doen vantmen Truden opden vierden dacht opden sondach te middaghe op haer bed ligghen. Ende doen vraghet met Truden, waer dat si ghevest had, of si yet gheten oft ghedroncken had. Ende doen seide si weder, dat si noch gheten nocht ghedroncken en had dan opden vierden dacht. Ende doen vraghet men haer , waer dat si gheweest had. Ende doen seide Trude: doen si die coyen halen soude, doen quam een swart man ende nam haer meet beyde haren handen ende deedese onder sinen riem ende hi ginc voer ende sclepse nae in enen bosch, steet bi Overasselt, ende inden bosch wart eens een man vermort. Ende daer stond noch een cruus, aut met mosse bewassen. Ende daer quam Trude bi den cruce ende nam dat cruce in haren narm ende hielt haer daeran, als Gode woude. Ende die man bleef bi haer, mer hi en conste haer gheen quaet ghedoen, omdat si dat cruus in haren arm had. Ende die swarte man boet haer teten ende te drincken, mer si en nat noch en dranc niet, mer si was alsoe sere verveert, dat si niet opsien en dorste. Mer si bleef sitten onder dat cruus ende hielt dat cruus inharen narm. Ende opden vierden dacht opden sondach, doen quam een scoen vrouwe ende die scone vrouwe jaghede den swarten man enwecht; ende die scoen vrou nam Trude bider hant ende leide Trude in haers vader huus op haer bed. Ende si vondense vader ende moder liggen op haer bed ende si worden sere verblijt. Ende si sijn comen op den voers. dach Tsertoghenbosch voer den beelt Marien ende hebben haer bedevart, weghen ende offerhande ghedaen, ghelijc dat sise gheloeft hadden. Ende si hebben Gode ghedanct vader gracie ende ghenade, die hem ghesciet es. Ende dit es wel bewareit; meer dan met haer 25 goeder liede. Daerbi waren her Arnt, persoen van Hoesen ende cappellaen ten Boscyh, Rover van Lit, Pouwels die Becker ende meer goeder liede.

 

Mirakel 284

25 oktober 1383

Liesbet, de dochter van Bertout Dirksz, en van Armgard, woonachtig te Meerkerk in het land van Vianen  onder Gorinchem, leed aan vallende ziekte. Haar ouders beloofde een bedevaart tot Maria van ’s-Hertogenbosch en het gewicht van Liesbet in wijn en weit. Daarop genas zij. Met haar ouders en met buren volbracht zij de bedevaart.

 

Mirakel 285

26 oktober 1383

Mattijs Dijcstraet, woonachtig te Ekeren bij Antwerpen, getrouwd met Liesbet, vermiste op 18 oktober vier koeien. Toen beloofde beiden een bedevaart tot Maria van ’s-Hertogenbosch; tot aan de bedevaart zouden zij geen vlees eten. Een half uur later hoorde Mattijs van een buurman, dat een vroegere inwoner van Ekeren te Putte de koeien zou kunnen hebben. Mattijs vond de man in een herberg bij de kerk te Putte, waar hij zat te eten. Maria maakte Mattijs duidelijk dat het de man was die de koeien gestolen had. De man werd aangesproken, schrok, en beloofde negen schilden, gebeurd voor de koeien, terug te geven. Mattijs echter riep er de rechter bij , waarop bleek dat de man ook nog een merrie en een harnas gestolen had, De man werd opgehangen en Mattijs kreeg zijn koeien terug. Het geld werd aan drank uitgegeven. Mattijs en zijn vrouw volbrachten de bedevaart.

 

Mirakel 286

27 oktober 1383

Margriet, de dochter van Katelijn, de vrouw van Willem Woutersz, woonachtig te Utrecht, oud 29 weken, was levenloos geboren. Twee uur na de geboorte  beloofde haar moeder een bedevaart tot Maria van ’s-Hertogenbosch. Daarop kwam Margriet tot leven. Zij volbracht met haar de bedevaart en bracht een bezegelde brief mee van haar pastoor, die het gebeurde bevestigde.

 

Mirakel 287

31 oktober 1383

Gijsbrecht die Cruuf, woonachtig in ’t Goy in het land van Vianen, werd op 23 maart ziek over zijn gehele lichaam. Op 24 juni beloofde hij een bedevaart tot Maria van ’s-Hertogenbosch. Daarna genas hij, begon op krukken te lopen en veertien dagen later liep hij weer zonder krukken. Hij volbracht zijn bedevaart.

 

Mirakel 288

1 november 1383

Luitgard, de dochter van Gerard van Diedeem en van Liesbet Arns, woonachtig te Doornik bij Nijmegen, leed acht jaar lang aan vallende ziekte. Toen beloofden haar ouders een bedevaart tot Maria van ’s-Hertogenbosch en het gewicht van hun dochter in wijn, weit en zilver. Daarna genas Luitgard. Met drieën volbrachten zij de bedevaart.

 

Mirakel 289

19 november 1383

Gerard Stegheman, woonachtig te Dinther, leed gedurende twee jaar aan een breuk. Nadat hij een half jaar geleden een bedevaart tot Maria van               ’s-Hertogenbosch beloofde had, genas hij. Hij volbracht zijn bedevaart.

 

Mirakel 290

22 november 1383

Jonkvrouw Aleid, kloosterzuster bij Wesel, de dochter van jonkvrouw Aleid, vrouw van Goiaard van Ravensberch, was zeer angstig vanwege de grote sterfte in de omgeving. In die angst werd zij in de nacht van 1 november ziek en bezeten van vijfentwintig duivels. Ze moest het klooster verlaten. Een priester bezwoer de duivels, maar het hielp niet. Aleid at en dronk niets. Toen riep haar moeder Maria van  ’s-Hertogenbosch, aan. Terstond kon haar dochter weer eten en drinken. De priester raadde haar drie dagen later aan een bedevaart naar Maria van ’s-Hertogenbosch te volbrengen, waarop de moeder dat beloofde. Terstond kon haar dochter weer spreken en beloofde eveneens een bedevaart en haar meest geliefde sieraad. Toen werd zij van de duivels bevrijd. Beiden volbrachten de bedevaart met een deftig gezelschap.

 

Mirakel 291

24 november 1383

Wouter van Pul, de zoon van Wouter van Pul, woonachtig te Brussel, was twee jaar blind aan zijn linkeroog. Een maand geleden beloofde zijn vader een bedevaart tot Maria van ’s-Hertogenbosch. Daarop genas zijn zoon en beiden volbrachten de bedevaart.

 

Mirakel 292

24 november 1383

Jan Bac, Tassenmaker uit Oisterwijk, werd in augustus 1382 blind. Een arts zei hem dat hij ongeneeslijk ziek was. Zes weken later raadde een vrouw uit Leiden hem aan, een bedevaart tot Maria van ’s-Hertogenbosch te beloven. Hij deed het en was een half uur later genezen. Hij volbracht zijn bedevaart.

 

Mirakel 293

25 november 1383

Margriet, de vrouw van Wouter Zegersz, woonachtig te Duinkerken in West-Vlaanderen, geboren te Aardenburg, viel in de eerste week van mei 1382 van een hoge vuurtoren, hoger dan welk huis ook in ’s-Hertogenbosch. Zij wilde daar het vuur ontsteken. Zij brak haar rug, benen en armen. Na een tijd beloofde zij een bedevaart tot Maria van ’s-Hertogenbosch. Spoedig werd zij wat beter, liep op krukken en kon daarna zonder krukken lopen. Samen met haar man volbracht zij de bedevaart en offerde haar krukken.

 

Mirakel 294

3 december 1383

Heer Heimerik van den Velde, Priester en officiaal te Sint-Oedenrode, werd meer dan 16 jaar geleden in zijn linkerbeen gebeten door een hond. Niemand kon hem genezen. Na zo veel jaren beloofde hij een bedevaart tot Maria van ’s-Hertogenbosch en als offerande een wassen been. Kort daarop genas hij en volbracht zijn bedevaart.

 

Mirakel 295

14 december 1383

Arnt van Rijswijc, woonachtig te Haarlem, was twaalf weken geleden op Schonen, toen hij bij Dragör betrokken raakte in een gevecht tussen Denen en Hollanders. Hij werd gewond aan zijn hoofd en aan zijn been. Een pijl trof zijn linkerslaap en drong door tot boven in zijn mond. Na een uur voor dood gelegen te hebben, dacht hij aan Maria van ’s-Hertogenbosch en beloofde haar een bedevaart, waarop hij weer kon spreken. Een arts haalde de pijl uit zijn hoofd, waarna hij vijf weken ziek was. Toen genas hij. Arnt volbracht zijn bedevaart en offerde de pijl. Hij keerde daarna pas naar Haarlem terug.

Int Jaer ons Heren MCCCLXXXIII 14 aghe in december quam een ersam man, Arnt van Rijswijc, wonende te Harlem, welk Arnt over 12 weken op Sconen was ende in een gheecht quam bi Sconen te Drakuer, daer die Denen op die Hollandre vochten, ende aen beiden siden bleefer vele doet . ende Arnt van Rijswijc wort sere ghewont in sijn been ende in sijn hoeft. Ende wort met enen platten pile, dat men heit een plaetbreker, ghescoten boven in sijn lochterhore in sinen slaep, datmen den pijl in den mont taste, ende Arnt viel terneder overdoet. Doe hi meer dan een ure overdoet gheleghen hadde, doe quam hem in sijn herte Onse Soete Vrouwe van Shertoghenbosch. Ende hij pensde metter herte: hij woudse versoeken met sire offerande, opdat hi vertroest mochte worden. Ende doe hi dat ghepeinst hadde, doe wort terechte beter ende hi wort sprekende. Ende doe hi spreken mochten, doe dede hi enen meester halen ende hi toech hem den pijl uut sinen slape. Ende Arnt wort also cranc ende lach 5 weken, dat men waende dat hi ghestorven soude hebben. Ende cort derna wort hem terechte beter ende ghenas temael gans ende ghesont ende is wel ghenesen bleven. Ende Arnt is comen opten vors. Dacht tot Shertogenbosch ende heeft denselven pijl vor hem gebracht vor den beelde Marien ende heeft sijn bedevaert ende offerande ghedaen, ghelijc als hi gheloeft hadde. Ende hi seide, al hadde Onse Vrouwe over 100 milen vorder gheweest van Den Bosch, hi soudse versocht hebben, eer hi te Haerlem ghecomen hadde. Ende hi heeft Gode ghedanct en de sire liever Moeder vander grzcien ende ghenaden, die hem ghesciet is. Ende dit heeft hi wel bewarijt; daerbi waren her Arnt, persoen van Huesden ende capellaen ten Bossche, her Peter Lebens, her Arnt vanden Houte, her Andries van Rossem, canoniken ten Bosch, her Arnt van Scijndel, priester, her Henric Loyt,Franke van Ghestel, Godevaerd Sceyvel, kercmeesters ten Bosch, Arnt Heym, Rover van Lit, Jan van den Scoensten, Gillis van Antwerpen, Ansem die Weder ende vele goeder luden.

 

Mirakel 296

21 december 1383

Jan Selen, woonachtig te Dinther, in het Loosbroek, leed gedurende tien weken vanaf 1 oktober ernstige pijn in zijn lendenen. Daarna beloofde hij een bedevaart tot Maria van ’s-Hertogenbosch. Kort daarop genas hij en volbracht zijn bedevaart.

 

Mirakel 297

Ca. 1 januari 1384

Vrouwe Katharina, de vrouw van ridder Ghye van Vlaendren, woonachtig in Vlaanderen, kreeg op 1 oktober pokken. Zij beloofde een offergave en haar kleed, dat zij op haar lichaam droeg aan Maria van ’s-Hertogenbosch. Daarop genas zij . Zij stuurde de beloofde offergaven.

 

Mirakel 298

10 januari 1384

Hein die Droghe, woonachtig in Loenen, voer elf weken geleden met een geladen kogschip uit Engeland met honderd bemanningsleden, toen het schip vastliep. Hein en enkele anderen beloofden na twee uur een bedevaart tot Maria van ’s-Hertogenbosch. Daarna kwam het schip weer los. Hein volbracht zijn bedevaart.

 

Mirakel 299

17 januari 1384

Jonkvrouw Lodewijck van Lyttauwen, woonachtig en getrouwd te Deventer, werd in de zomer van 1383 steeds bang, als zij ging slapen; zij dacht op wrede wijze vermoord te zullen worden. Haar slapeloosheid duurde zo drie maanden, totdat zij een bedevaart tot Maria van ’s-Hertogenbosch beloofde. Toen genas zij en volbracht met haar buren de bedevaart. Jonkvoruw Lodewich was uit Litouwen afkomstig, bekeerde zich op jeugdige leeftijd tot het christendom en bracht enige tijd door aan het hof van de  koningin van Frankrijk. Zij kreeg bij haar doop de naam Lodewich. Daarna trouwde zij en vestigde zich in Deventer.

Mirakel 300

18 januari 1384

Pauwel Boyken, woonachtig te Kortenberg, werd op 15 december 1383 gevangengenomen te Leuven. Hij was onschuldig, doch men hoopte aldus geld van hem los te krijgen. Aangezien een van zijn benen ziek was, werd hij slechts met zijn gezonde been gekluisterd. Toen beloofde hij een bedevaart tot Maria van ’s-Hertogenbosch en als offerande de ijzeren boei waarin zijn been was gekluisterd. Na tweeëntwintig dagen kwam hij door Gods genade en door Maria vrij. Zo kwam hij – met de boei nog om zijn been – op zondag na Driekoningen naar de Vespers in de kerk der Dominikanen te Leuven. Zij wilden hem van zijn boei bevrijden, maar Pauwel weigerde, omdat Maria van ’s-Hertogenbosch dat wel zou doen. Tijdens het zingen van het Magnificat viel inderdaad de boei van zijn been. De Dominikanen wilden de boei in hun kerk behouden, als een ex-voto voor hun Mariabeeld, dat immers even machtig was als het beeld te ’s-Hertogenbosch. Pauwel was echter overtuigd dat Maria van ’s-Hertogenbosch meer wonderen deed dan Maria van Leuven en bracht zijn ijzeren boei naar ‘s_Hertogenbosch. Hij volbracht zijn bedevaart met veel pelgrims uit Leuven, die evenals enkele Dominikanen uit die stad, bevestigden wat gebeurd was.

  • Facebook Social Icon

Over ons

De Broederschap 

*    richt zich op het onderhoud van de Mariakapel en de zorg voor het beeld van de Zoete Lieve Vrouw van Den Bosch.

*    is betrokken bij de katholieke mariale feestdagen door het jaar heen, zoals:  

         Maria, Moeder Gods (1 januari), Maria Lichtmis (2 februari), Maria Boodschap (25 maart), Maria,

         Moeder van de Kerk  Tweede Pinksterdag), de Feestdag van de Zoete Lieve Vrouw van Den Bosch

         jaarlijks op 7 juli, de Bossche Marianoveen tussen 7 en 15 juli van elk jaar, Maria Tenhemelopneming

         (15 augustus ), Maria Koningin (22 augustus), Maria Geboorte (8 september) en Maria Onbevlekt

         Ontvangen (8 december). 

*     organiseert de vieringen in de meimaand waaronder Maria Visitatie op 31 mei en de bidtocht op Moederdag.

De broederschap wordt ondersteund door leden/begunstigers. Het privacybeleid vindt u onder "contact/lidmaatschap'.

 

Contact

T: 06-13293752

E: info@zoetelievevrouw.nl