Mirakel 301

21 januari 1384

Liesbet, de dochter van Hendrik Banthout, jachtmeester van de hertog van Gelre, en van Bele, woonachtig te Groesbeek, werd op 10 oktober 1383 ziek en stierf. Na meer dan drie uur beloofde haar moeder een bedevaart tot Maria van's-Hertogenbosch en een beeld van was als offergave. Daarna kwam het kind tot leven. De ouders volbrachten de bedevaart met hun kind en met enkele bedienden. 

Int jaer ons Heren MCCCLXXXIII 21 daghe in januario quamen van Groesbeke een ersam man, Henryc Banthout, tsertoghen jagherevan Ghelre, Belie, zijn wijf met Lijsbetten, hare beider dochter, welc Lijsbet tot Sinte-Vicotrsmess siec waert ende sterf doet, Ende doe si drie uren doet gheleghen hadde, doe wart Belie, die moeder, denkende op die miraclen, die Onse Soete Vrouwe tot Shertogenbosch so menich doet ende  soe menigen bedroefden mensce vertroest heeft. Ende si gheloefde hare bedevaerd tot Onser Soeter Vrouwen Tshertoghenbosch; si woudse versoeken met hare offerande ende offeren een beelde van wasse, opdat si vertroest mochte werden met haren doden kinde. Ende doe si die bedevaerd gheloeft hadde, doe wart dat dode kind levende ende daerna sprekende ende si worden alle sere verblijt. 

Ende si sijn comen opten vors. dach vader ende moeder tot Shertogenbosch met haren cnapen ende met Lijsbetten, hare beider dochter, vorden beelde Marien ende hebben haer bedevaerd ende offerande ghedaen, ghelijc als si gheloeft hadden.Ende si hebben Gode ghedanct ende Onser Soeter Vrouwen, sijnre liever ghebenedider, ghenadigher Moeder Maria , van der groter gracien ende groter genaden, die hem ghesciet is. Dit hebben si wel bewarijt; daerbi waren her Arnt, persoen van Huesden ende apellaen ten Bossche, her Arnt van den Houte, her Andries van Rossem, canoniken tenBossche,Franke van Ghestel, Godevaerd Sceyvel, kerkmeesters tenBossche, Rover van Lit, Gillis van Antwerpen ende vele goeder luden. 

 

Mirakel 302 

 

23 januari 1384

Reinier van den Kulc, woonachtig te Vollenhove, was op 2 november hout aan het hakken,toen zijn linkerarm uit het lid schoot. De arm ontstak en zwol. Een arts kon hem niet helpen. Na drie weken beloofde hij een bedevaart tot Maria van's-Hertogenbosch en als offergave een arm van een half pond was.Daarna genas hij en volbracht zijn bedevaart. 

Mirakel 303

23 januari 1384

Jan van den Zande, getrouwd met Katharina en woonachtig te Brugge, was op 24 december 1382 met een kraaier en vele passagiers onderweg van Vlaanderen naar Middelburg, toen zij daar aangekomen werden gevangengezet, omdat zij mensen overboord zouden hebben gegooid. Zij werden aangezien voor handlangers van de graaf van Vlaanderen.Met negen personen zaten zij gevangen. Na een maand beloofden zij een bedevaart naar Maia van's-Hertogenbosch en zouden zolang geen vlees eten. Na drie weken werden zij zonder boete of straf vrijgelaten. Jan en zijn vrouw volbrachten de bedevaart. een van de anderen, Jacob Gauweloos, zat toen in Vlaanderen in gijzeling en kon daarom nog niet komen, maar hij at geen vlees.De zeven anderen hebben in een biecht van de priester ten onrechte verlof gekregen om weer vlees te eten, maar zij moesten wel de bedevaart volbrengen. Vanwege geloftebreuk zijn allen een gruwzame dood gestorven. 

Int jaer ons Heren MCCCLXXXIII 23 daghe in januario quamen van Brucghe Jan van den Zande ende Katherine, sijn wijf, welc Jan quam varende uut Vlaendren - des was te Kerstavont een jaer leden - in enen scepe, dat meen heet een crayer, ende souden te Middelborch varenin Zeelant ende daer waren vele ludenin den scepe. ende doesi te Middelborch quamen, doe weren si ghevanghen ende teghem hem aen , dat si luden overboert gheworpen hadden, dies si onsculdich waren als si seden. Mer si waren hulpers sheren van Vlaendren ende si meende hem weder te helpen in den lande. Nu wrden si gheset in een zwaer vagheissen op haer lijf ende alle daghe quam hem die boedscap, dat mense uutvoeren souden ende thoeft of slaen. Ende dese ghevanghen was negen. Ende daer saten si in groten anxt ende in groter noet op haer lijf. Ende doe si een maent in deser noet gheseten hadden, doe gheloveden si alle 9 haer bedevaerd tot Onser Soeter Vrouwen Shertoghenbosch; si woudense versoeken met hare offerande, nemmermeer vleisch te eten, si en hadden die bedevaerd ghedaen. Ende doe si die bedevaerd gheloeft hadden, doe wert terecht haer ghevanhenissen verlicht ende binnen driw eken werden si uutghelaten ende quijtghescouden sonder hellinc of penninc ende werten quijt ende vri ghelaten. Ende Jan van den Sande is comen opten vors. dacht Tshertoghenbosch met Katherinen, sinen wive, vor den vbeelde Marien ende heeft sijn bedevaert ende offerande gedaen, gelijc als hi gheloeft hadde. Ende hi heeft Gode Ghedanct ende Onser Soeter Vrouwen, sijnre liever ghebenedider, ghenadigher Moede Maria, van der groter gracien ende groter ghenaden, die hem ghesciet is. Ende van dese ghevanghen leeft noch een, heit Jacop GAuweloes, ende hi is in Vlaendren ende hi leghet te ghisel sodat hi sijn bedevaerdniet ghedoen en can, mer hi en et gheen vleisch, no hi en heeft gheen gheeten, sint dathi die bedevaert gheloeft hadde. Wanthi sijn gheloeft na sire macht gherne volbringen soude. Ende die ander seven die en hebben haer bedevaerd niet ghedaen ende sijn ghegaen tot haren priester ende hebben haer biechte ghedaen, hoe dat si haer bedevaerd tot Onser Vrouwen Tsertoghenbosch gheloeft hadden te doen, eer si vleisch aten, daer si saten ghevaen op haer lijf in groter noet. Ende Onse Vrouwe  hadse verloest, datsi vri ende quite uutghelaten waren sonder hellinc of penninc. Ende doe si haer biechte ghedaen hadden, doe absolveredse die priester ende hieten hen vleisch eten, al en hadden si die bedevaerd niet ghedaen. Ende die seven aten vleisch ende braken haer gheloeft, datsi Onser Vrouwen gheleoft hadden.Ende die seven,die dus vleisch aten ende haer gheloft braken,sie sijn alle 7 doet quaderdoet ende qulic ghevaren ende verslaghen. Ende dese twee, die noch leven, dancken Gode endeOnser Soeter Vrouwen van Den Bosch datsi haer gheloeft ghehouden hevbben. Ende dit heeft Jan van den Sande wel bewarijt; daerbi waren her Peter Lebbens, canonic ten Bosch, Rover van Lit, Jan Korsiaens, Jan Draventeeyrs ende vele goeder luden. 

 

Mirakel 304

 

28 januari 1384

Zeger Dijc, woonachtig te Gorinchem,voer op 18 januari  1384 in een Haarlems schip met twee andere bemanningsleden en vierenveertig hoed haver en zouden het Zwin binnenvaren, Daarbij stootten zij op een groot Spaans anker. Zeger riep Maria van 's-Hertogenbosch aan en beloofde een bedevaart en een schip van was. Tijdens de vloed kwam het schip ongeschonden vrij. Zeger volbracht daarop zijn bedevaart en offerde het beloofde. 

 

Mirakel 305

 

1 februari 1384

Katharina, de vrouw van Jan die Smit, woonachtig te Overmolen in Brussel, waar de wolbewerkers wonen, baarde tien dagen geleden een dochter. Het kind werd gedoopt en kreeg de naam Bate. Katharina nu was in mei 1383 getroffen door de pest. Men paste aderlating op haar toe en men zag aan het bloed, dat zij zwanger was. Zij was zich niet van haar zwangerschap bewust, want zij was pas vijf à zes dagen zwanger. Uit angst voor een miskraam beloofde Jan toen een bedevaart tot Mria van 's-Hertogenbosch, barrevoets en in wol gekleed, en tevens beloofde hij als offerande een beeld van was. De vrucht wijdde hij toe aan Maria. Katharina genas, bleef zwanger en baarde een dochter op 22 januari. Haar kind kwam met 'n open, etterend gezel ter wereld, zoals de moeder dit had gehad, en ook met een litteken erbij, juist zoals bij de moeder. Allen die het kind zagen, meer dan driehonderd mensen, verwonderden zich erover. Na drie dagen stierf Bate, zoals gezegd gedoopt. De vader volbracht daarop de bedevaart.  

Mirakel 306

5 februari 1384

Michiel Jansz, Pauwel Dirksz, Jan Victorsz, envele anderen, allen inwoners van Middelburg, maakten in de Advent van 1383 een stadsbrand te Middelburg mee. Reeds waren er acht huizen verbrand, waarin zich veel olie en vet bevond; de wind was bovendien hevig. toe vielen zij op hun knieën en beloofden een bedevaart tot Maria van 's-Hertogenbosch. De wind draaide en de brand hield op. Dit getuigde ook Dirk Batenz., woonachtig te 's-Hertogenbosch, die op dat moment met vele andere Bosschenaren in Middelburg vertoefde. Eerstgenoemden volbrachten de bedevaart. Aan veel Bosschenaren was dit gebeuren bekend. 

Int jaer ons Heren MCCCLXXXIII 5 daghe in februario quamen van Middelborch Michiel Janssoen,Pauwels Diricssoen ende Jan Victorssoen ende vele ander luden ende seidenoenbaer, hoe dat een brant gheviel in haer stat van Middelborch bi onghevalle in den adventen lestvorleden ende diere husen verbrander 8 aen derstraten ende het wasdaer meest husen stonden bin alder stat. Ende het was een groet wijnd, dan nyeman dat vier ghekeren en conde ende was ghesien, datter meer dan 1000 husen verbrant soudenhebben.Ende doet also onghesien was, doe meende hi, dat altemale verbrant souden hebben. Ende doesi in deser groter noet waren, doe vielen si  op hare knien ende gheloefden hare bedevaerd tot Onser SoeterVrouwen Tshertogenbosch; si woudense  versoeken met hare offerande,opdat si vertroest mochtenwerden van dier groten viere, want die brant so gruwelik wa. Want daer waren husen ontsteken, daer veel smouts ende olyen in was, ende dat brande so gruwelic in die grote wijnd, datsi in groter noet waren. Ende doesi die bedevaerd gheloeft hadden, doe daelde die brant terecht ende die wijnd ghinc omme ende daelde ende nyeman en hadde ghene scade meer.Ende si wordenalle sere verblijt ende dancten Gode ende Onser Soeter rouwen vanShertogenbosch, datsi verloest waren van die groten brande, dat onghesien was teovren enhadden Onse Vrouwe ghedaen. Ende daer waren luden van Den Bosch te Middelbroch, doe di erant gheviel, ende Diric Batensoen van DenBosch tuuchdet mede, dat waer was. Ende Michiel Janssoen, Pauwels Diricssoen ende Jan Victorssoen sijn comen op den vors. dach Tshertogenbosch vor den beelde Marien ende hebben haer bedevaerd ende oferande ghedaen, ghelijc als si gheloeft hadden.Ende si hebben Gode ghedanct ende sire liever Moeder van der gracien ende ghenaden, die hem ghesciet is.Ende dit hebben s wel bewarijt vor vele goeder luden. Ende oec waest vele goeden luden ten        Bossche condich, dat waer was ende diet oec aensaghen. 

Mirakel 307

7 februari 1384

Jan Dirksz van Aerle, woonachtig te Helmond, streed op 25 november 1382 te Westrozebeke in de veldslag tegen de Gentenaren, waar Philips van Arteveld dood bleef. In een greppel werd Jan onder de voet gelopen, terwijl er in totaal ongeveer 30.000 doden vielen. Van te voren had Jan een bedevaart tot Maria van 's-Hertogenbosch beloofd en tot aan dat moment zou hij geen vlees eten. Hij hernieuwde toen zijn belofte en ontkwam ongedeerd op wonderlijke wijze uit de veldslag. Hij volbracht daarop de bedevaart. 

Mirakel 308

7 februari 1384

Wijnout Wentel, woonachtig te Spijcker, bi St. Winoksbergen, werd rond 1 oktober 1383 beroofd door de Bretons, die zijn kisten leeghaalden. Daarbij was zijn zegelcachet van zilver met bijbehorende ketting. uit angst dat anderen er mee zouden zegelen, beloofde hij zijn zegel te offeren aan Maria van 's-Hertogenbosch. Toen de vijanden vertrokken waren, bleken zij het zegel plus de ketting over het hoofd gezien te hebben. Wijnout volbracht zijn bedevaart en offerde cachet en ketting. 

Mirakel 309

8 februari 1384

Rogier van Steenberghen, woonachtig te Brussel, was op de terugweg van een reis naar Rome. Hij had drie dagreizen afgelegd en was nu tussen Perugia en Assissië. Toen kon hij geen brood meer krijgen en had al twee dagen niets meer gegeten. Door oorlog was de streek zeer geteisterd, hij zelf was beroofd en binnen de vier mijl waren er geen huizen, Toen bad hij tot Maria, de Zoete Moeder, en zag op een blauwe steen een prachtig vers gebakken tarwebrood liggen. Hij brak het en at er volop van. Later volbracht hij zijn bedevaart tot Maria van's-Hertogenbosch.

 

Int jaer ons Heren MCCCLXXXIII 8 daghe in februario quam van Bruesel Rogier van Steenberghen, welc Roger hiervormaels ghinc te Romen.Ende doe hi te Rome gheweest hadde ende ondeweghe wederomme quam van Rome drie dachvaerde aen desside Rome tusscen Parousen ende Achise, doe hadde Rogier vanSteenberghen meer dan twee daghe ghevast, sodat hi negheen broet en sach, also waest daer verorloghet ende so onvredich. Ende hi was beroeft ende hi was wel vier milen van alle husen. ende Rogier wort so cranc van materien ende hem wort qualic. Doe viel hi neder op sine knien ende leghede sine handen tegader met wenenden oghen ende seide:  'Soete Vrouwe, nu moeti mijn sinne behueden ende moet mi vertroesten in deser groter noet". Doe hi sijn ghebet ghedaen hadden,doe sach hi voer hem staen op enen blauwen steen een scoen wit ghebudelt taerwenbroet alheet utenhoven, oft met eyeren ghebacken ware, ende dat was also groet, dats eenmanemaele ghenouch te eten hadde.E nde hi naemt in sjin handt ende braect ontwee ende die heet locht van dien brode ende die soete locht die sloech hem in sijn lijf. Ende hi wer also vrome, doe hi daer ghespijst wart. Ende hi dancte Gode ende Onser Soeter Vrouwen van der groter gracien ende groter ghenaden, die hem ghesciet was. 

Mirakel 310

9 februari 1384

Jonkheer Einier Bruch, neef van heer Einier Daamsz. van Berghe, rider, woonachtig te Sittard, werd in de zomer van 1383 op zeven plaatsen in zijn lichaam ziek. Hij leed aan koorts. Na zeven weken werd hij zeer ernstig ziek en kon drie dagen niet meer spreken. Men dacht dat hij dood was. Zijn knecht, Heinke, beloofde een bedevaart tot Maria van 's-Hertogenbosch, in de naam van zijn meester. Drie dagen later was Reinier genezen. Heinke, zijn meester Reinier, en ook twee dochters van heer Reinier Daamsz. van Berghe volbrachten met hun gevolg en met deftige lieden de bedevaart. Zij getuigden dit in de herberg van Stamelaardn van den Kelre te

's-Hertogenbosch, die het kwam vertellen. 

Mirakel 311

13 februari 1384

Mechteld, de dochter van Liesbet, de vrouw van Hein van Lit en dochter van meester Wouter, wonende te 's-Hertogenbosch aan de Windmolenberg, kreeg op 23 oktober 1383 een beroerte aan de linkerzijde van haar lichaam,zodat zij links geheel verlamd werd. Haar moeder beloofde een bedevaart tot Maria van

's-Hertogenbosch en het gewicht van haar dochter in wijn en weit. Daarop genas Mecheld. Liesbet volbracht de bedevaart met haar dochter en met Liesbet, haar moeder en de grootmoeder van Mechteld. 

 

Mirakel 312

 

15 februari 1383

Jonkvrouw Ide, de vrouw van Jan Roboede, werd in september 1383 verlost van een dochter . Na vijf weken gelegen te hebben, werd zij ernstig ziek en dacht men dat zij zou gaan sterven. daarop werd zij bediend. Zij was geheel buiten zinnen en kreeg een doodskaars in de hand gedrukt. Vijftien dagen later beloofde haar man, een bedevaart tot Maria van 's-Hertogenbosch te houden en tot aan dat moment geen vlees te eten. Hij zag zelf maar één procent kans op genezing. Kort daarop genas Ide geheel en volbracht met haar man de bedevaart. 

 

Mirakel 313

 

17 februari 1384

Reiner Dey, woonachtig te Amsterdam, voer met zijn kogschip in de lente van 1383, op de terugweg van Pruisen. Toen stak er een zware storm op. Reiner bad tot Maria van 's-Hertogenbosch en beloofde haar zijn bedevaart. Als offerande beloofde hij een schip van zilver. Daarna ging de wind liggen en kwam hij behouden thuis. Hij maakte in dezelfde zomer nog een voorspoedige reisnaar Pruisen, hoewel de meeste schippers dat slechts eenmaal deden. Hij volbracht zijn bedevaart en offerde een zilveren kogschip van tien lood zilver. 

Mirakel 314

17 februari 1384

Zekere man was op 29 januari 1383 gevangengenomen door de schout of meier van Tienen, Willem van Wyldert, op beschuldiging van diefstal. Men had hem aangegeven toen hij als een melaatse met een klepper rondging, waarop hij buiten Tienen gearresteerd werd. De dief bekende onmiddellijk , nog voor hij gepijnigd werd, en zei, sinds zijn zestiende jaar overal gestolen te hebben. Hij werd veroordeeld en zou op een zaterdag opgehangen worden. Er kwamen meer dan duizend mensen naar kijken. Toen de beul de ladder wilde weghalen,zei de dief tot de schout dat hij een bedevaart tot Maria van's-Hertogenbosch beloofd had. Voor zijn zieleheil vroeg hij nu om een collecte, zodat een ander in zijn plaats zou kunnen gaan. Zo gebeurde. De dief werd echter losgemaakt, omdat de schout er beroerd van werd, maar vervolgens weer aan de galg gebracht. Zo geschiedde tweemaal. Toen vroeg de schout of de dief misschien zelf de bedevaart zou willen volbrengen. Die wilde dat gaarne en daarom werd hij vrijgelaten. Tevens werd hem de straf kwijtgescholden. Dit verhaal werd bevestigd door de Bosschenaar Jan van Rijsinghen, die in Tienen verbleef en die het van de schout zelf gehoord had. Ook Lucas van Eyck, rentmeester van het klooster van Hooidonck bevestigde het gebeuren. De dief zelf kwam naar 's-Hertogenbosch en offerde een galg van was, waaraan een man hing. Een dergelijk ex-voto was er nog niet in de Mariakapel . In anonimiteit vertrok de dief weer. 

Int jaer ons Heren MCCCLXXXIII op den 17sten dach in februario quam van Tieneneen man, die ghevaen was van dieftten over 19 daghe tevoren van her Willem vanWijlders, scouteit of meyer van Tienen, overmds aenbringhen, dat luden quamen tot her Willem Van Wijlders, ridder ende meyer van Tienen, ende seiden, dat een man were, die met eenre clippen ghinc, gelijc of hi melaets ware. Ende dat ware een dief ende stal al op, wat hi vonden, ende dathi daer na spien soude,, dathi dien vinghe. Ende daerna quam her Willem van Wijldert, ridder ende meyer van Tienen, buten Tienen ridende met sinen gheselscap, ende daer sagen si enen man met eenre clippen gelijc of hi melaets ware. Ende her Willem van Wijldert, ridder ende meyer van Tienen, dochte in sinen moet, f dat die dief wsen mochte, ende hi sloech de hant aen hem ende vincken ende vraghede hem vele saken. ende die man berechte hem weder. Ende so hi in hem meer vant, sodat hine ghevanghen voerde te Tienenb innen der stat. Ende die man seide: "Ic sie wel, dat ic deghene ben, die ghi soect, ende en pijnt mi niet, want ic u wel sal secgen al wat ic ghedaen hebben sonder pine". Ende doe seide die dief: sijnt dat hi 16 jaer oudt was, so haddi ghestolen, daer hijt ghecrigen mochte, ende hadde dief geweest ende liede vele quaets, dathi ghedaen hadde. Ende men voerden uut op enen saterdacht ende men souden hanghen. Ende daer toghen vele luden mede uut meer dan hare 1000 om desen dief te siene hanghen. Ende doe hi buten quam ende op de iedere stond ende strop aen der galghen ghebonden was, doe seide die hanghedief: "Here, willic hem ofstoten van der leederen?"Doe seide die dief:  "Her meyer, ic hebben een bedevaerd gheloeft tot Onser Soeter Vrouwen Tshertogenbosch ende ic duchte, dat minen ziele daer pine of hebben sal, dat ic die niet ghedaen en heb, ende mi es leet, dat ic die versuumt hebben, ende ic bid u, dat gi omme laet gaen onder tvolc ende laet bidden also vele ghelts, daer men eneen man om crighen mach, die de bedevaerd doen mach vor mi".  ende men ghinc omme ende bad vele ghelts ende die dief tret neder van der ledren. Ende her Willem van Wijldert, ridder ende meyer vanTienen,die wordt alse wee ende also siec. Ende alse die dief nedertrat, so wort hem bat ende ghenas, ende als die dief weder opghinc, doe ghenas her Willem weder. Ende doe wart her Willem van binnen onsteken met goddlilker minnen ende met onffermhertigheden ende waert mede weenende ende seide: "Wilde u bedevaerd selve tot Onser Soeter Vrouwen Tshertoghenbosch doen?" Ende die dief seide: "Ja ic, herde gherne mocht mi ghescien". ende her Willem dede weder van der galghen binden ende dede hem den strop van derkelen doen. ende doe die dief los ende vri was, doe seide die dief, Here, sceldi mi quijt?'Ende her Willem seide: "Ja ic.  ende doe seide die dief: "Here sceldi mi temale quijt?" Ende her Willemseide:  "Jai c, Gaet u bedevaerd tot Onser Soeter Vrouwen Tsehertoghenbosch: . Ende die dief was blide ende vro, dathi quite was, ende ghinc daer hij woude. 

Ende dit es wel bewarijt van luden van Den Bossche, dat dit ghesciede. Ende oec is ons dit aenbracht van Jan van Rysingen, die daer was ende diet oec wel wiste van her Willems monde. Ende oec ist ons aenbracht van Lucas van Eyke, rentmeester der nonnen van Hodonc, ende van meer goeder luden, dat dit de waerheit es.

Ende opten vors. dacht quam een man Shertogenbosch vor den beelde Marien ende dede sijn bedevaerd ende offerande ende danchte Gode ende Onser Vruwen van der gracien ende genaden, die hem ghesciet is. Ende hi vragede, of daer enighe galghe ware ende enen man daeraen hanghende, van wasse gemaect. ende men seide hem: neent, dat daer en ghene enware. Ende hi ghinc ende dede ene galghe maken van wasse ende enen man daeraen hangh;ende met enen zeele om sire kelen ende aen die galghe ghebonden, daertse menich mensce sach. Ende die man ghing hemelike wech. 

 

Mirakel 315

 

23 februari 1384

Margriet, de vrouw van Jan Brixis,woonachtig te Nieuwpoort in West-Vlaanderen, kwam met haar man voor 6 januari terug van een bedevaart van Sint-Niklaas, toen zij, thuis aangekomen, volledig blind werd. Na vijf dagen beloofde zij een bedevaart tot Maria van 's-Hertogenbosch en als offerande twee ogen van was. Daarop kon zij alweer iets zien met één oog. Daarop beloofde zij twee ogen van zilver, waarna zij geheel genas. Zij volbracht de bedevaart met haar man. 

Int jaer ons Heren MCCCLXXXIII 23 daghe in februario quamenuut Westvlaendren van der Niewerpoert Jan Brixis ende Margriete, sijn wijf, met haren gheselscap, welc Jan ende Mergriete quamen vor Dertiendach van Senterclaes-ter-Poerten ende haddenhare bedevaerd gedaen. Ende doesi wederomme quamen ende thuus souden gaen, doe wert Mergriete stekeblint met beiden oghen, datsi enen steke niet en sach, dat mense leiden moeste, waer si wesen soude. Ende doe si 5 daghe ende 6 nachte stekelbint gheweest hadde,doe werden si dinckende op Onse Soete Vrouwe van Shertogenbosch, datsi so menich scoen mirakel doet ende so menigen bedroefden mensche vertroestheeft. ende si gheloefdeh are bedevaerd tot Onser Soeter Vrouwen Tshertoghenbosch; si woudense versoeken met hare offerande ende offeren haer twee wassen oghen, opdat si  vertroest mocht werden aen haren oghen. Ende doe si die bedevaerd geloeft hadde, doe wert Mergriete liemende metten enen oghe ende si seide: "Ic sie den dach metten enen oghe". Ende Mergriete seide: "Soete Vrouwe van Den Bosch, maect mi temale siende; ic sal u 2 silverin oghen offeren". Ende doe si die bedevaerd gheloeft hadde, doe wert si wel siende met beiden oghen, ende si werden alle sere verblijt. 

Ende si sijn comen Tshertoghebosch vor den beelde Marien ende hebben haer bedevaerd ende offerande ghedaen, gelijc als si gheloeft hadden. Ende si hebben Gode ghedanckt ende sire liever Moeder van der gracien ende ghenaden, die hem ghesciet is. Ende dit hebben si wel bewarijt; daerbi wareh her Peter Lebbens, canonic ten Bossche, Henryc die Loese, Gheraed van Mameren, Rover van Lit, Gillis van Antwerpen, Pauwels die Beckere ende vele goeder luden. 

Mirakel 316

26 februari 1384

Willem Vos, woonachtig te Dinther, werd meer dan veertig jaar geleden ziek aan zijn linkerbeen. Soms was het zo erg dat hij het bed moest houden. Artsen konden hem niet genezen. Zes weken geleden zag hij in zijn slaap een beeld van Maria. Een man wilde tot schande van Maria het beeld in tweeën slaan. Willem schreide er om en vroeg Maria's tussenkomst.  Maria zegende Willem, hij werd wakker en beloofde een bedevaart tot Maria van 's-Hertogenbosch en een wassen been van twee pond was. Daarop genas hij voorspoedig en volbracht met een gezelschap zijn bedevaart. 

Int Jaer ons Heren MCCCLXXXIII 26 daghe in februario quam van Dinter een ersam man, Willem Vos, met sinen gheselscap, welc Willem Vos sijn lochterbeen beneden seer heeft geheweest meer dan 40 jaer lanc ende liep ende bloede, dathi also cranc waert, dathi somtijt te bedden liegen moeste bijna een jaer lanc. Ende hij hadde daer mengien raet toe ghedaen ende menigen meester toe gehadt, mer hij en conste ghenen raet thcrighen noch bate ghehebben. Nu over 6 weken lach Willem Vos op sinen bedde ende sliep, daer hemte voren quam in sinen slaep, dat hij dochte, dathi een beelde van Onser Vrouwen sach lighen. Ende daer quam een man ende seide: hi soude dat beeld ontwee hauwen in scanden Onser Vrouwen. Ende Willem Vos wert screyende ende seide: "Soete Vrouwe, oft ghi ye macht hgecreecht, so moet ghi nu mirakel doen." Doe docht Willem, dat Onse - Vrouwenbeelde haer hand ophief ende gaf de benedixie , ende doe wert Willem were verblijt ende wort screyende van bliscepen. Ende hi ghinc ende seide overal, dat Onse Vrouw dit mirakel overal hadde gedaen. Ende doe hem dochter, dathi dit mirakel overal gheseit hadde, doe ontspranc Willem Vos ute sinen slape. Ende doe hi uut sinen slape ontsprongen was, doe gheloefde hi sijn bedevaerd tot Onser Soeter Vrouwen Tshertogenbosch; hi woudse versoeken met sire offerande ende iofferen een wassen been van 2 ponsd was,opdat hi vertrost mocht werden aen sinen sieken beene. Doe hi die bedevaerd gheleoft hadde, doe ghevoelde hi terecht bare ende dat been werd droghende ende heilende. Ende hi ghenas temale ghans ende ghesont. Ende Willem Vos es comen opten vors. dacht Tshertoghenbosch met sinen gheselscap vor den beelde Marien ende heet sijn bedevaerd ende offerande gedaen, ghelijc als hi gheloeft hadde, Ende hi heeft Gode ghedanckt ende Onser Soeter Vrouwen ,sijnre liever, ghebendider, ghenadigher Moeder Maria, van der groter gracien ende groter ghenaden, die hem ghesciet is. Ende dit heeft hi wel bewarijt; daerbi waren her Arnt, persoen van Huesden ende capellaen ten Bossche, her Jan Ghijsken, canonic ten Bosch ende persoen van Nistelre her Arnt van den Houte, canonic ten Bossche, Arnt Haym, Rover van Lit, Henry Janssoen, Gillis van Antwerpen ende vele goeder luden. 

Mirakel 317

1 maart 1384

Jan, de zoon van Jan Dobbelsteensmaker en van Stine, de dochter van Jan CLeyne Jansdr., woonachtig te Sint- Truiden, geraakte op 25 oktober 1383 geheel verlamd. Zijn moeder en hij zelf beloofden een bedevaart tot Maria van 's-Hertogenbosch. Men bracht Jan naar 's-Hertogenbosch,waar hij een beeld en een been van twee pond was offerde. Dezelfde dag nog genas hij op het middaguur in de Mariakapel . Ook zijn moeder was meegekomen. 

Mirakel 318

5 maart 1384

Dirk die Blare, de zoon van Rutger Blaren, woonachtig te Maasbommel, leed meer dan acht jaar aan vallende ziekte. Een bedevaart naar Kornelimünster had niet geholpen. Op 10 oktober 1383 beloofde hij een bedevaart tot Maria van's-Hertogenbosch en zijn gewicht in wijn en weit. Daarop genas, hij. Samen met zijn tante, Aleid Blaren, volbracht hij de bedevaart. 

Mirakel 319

6 maart 1384

Gyb, die de zoon was van Jacob Gerardsz. Claasz. en van Herwijn, dochter van Hille, vrouw van Gyb van Eyc, en woonde te 's-Hertogenbosch aan de Markt, leed aan een ziekte, genaamd het sint-remeysongemak (kinkhoest). Hille en Hersijn beloofden veertien dagen geleden een bedevaart tot Maria van 's-Hertogenbosch en het gewicht van Gyb junior in wijn en weit. Daarop genas Gyb. Moeder en grootmoeder volbrachten de bedevaart samen met Gyb junior. 

Mirakel 320

12 maart 1384

Willem Simonsz. of Rijc Willem, geboren te Kampen en woonachtig te Elbing in Pruisen, voer voor 11 november 1383 met zijn kogschip, beladen met 350 vaten wijn uit La Rochelle, en kwam bij Bretagne op de "Spaanse Zee", toen een vloot met meer dan honderd grote schepenen met meer dan vijfduizend gewapende bemanningsleden het schip wilde overmeesteren. Toen een van die  grote schepen op zijn schip afkwam  met meer dan tweehonderd gewapende lieden - Willem had slechts vijfentwintig man aan boord - beloofde hij een bedevaart tot Maria van 's-Hertogenbosch en als offerande een wassen kogschip ter waarde van een pond Vlaams geld. Terstond trad er een duisternis in en voerde een gunstige wind zijn schip ver van de vijand. Eenmaal op veilige afstand gekomen, kregen zij helder weer. Zo kwamen zij behouden aan in het Zwin te Sluis in Vlaanderen. Willem verdiende aan deze reis 1800 gouden peters. Hij volbracht zijn bedevaart samen met Claas Jansz. enWillem de Harde en offerde een wassenkogschip van 38 pond. 

Mirakel 321

13 maart 1384

Dirk, de zoon van Wouter van der Brucghe, woonachtig te Helmond, was drie jaar blind aan zijn rechteroog. Een arts te Mechelen  had hem niet kunnen helpen. Men raadde hem te Mechelen aan, een bedevaart tot Maria van's-Hertogenbosch, te houden. Thuis aangekomen beloofde hij dat te doen en tevens op zaterdag te vasten. Een dag later was hij genezen. De vrijdag daarna, namelijk 13 maart, volbracht hij zijn bedevaart, samen met zijn vader. 

Mirakel 322

16 maart 1384

Alard, de zoon van Aleid, de vrouw van Jacob Mertensz., woonachtig te Dreumel, leed aan allende ziekte. Zijn moeder beloofde een bedevaart naar Kornelimünster bij Aken en haar offergave bijeen te bedelen, maar die belofte hielp niet. Toen beloofde zij op Vastenavond laatstleden een bedevaart tot Maria van's-Hertogenbosch en als offerande een mannenfiguur van was.Daarop genas Alard. De moeder volbracht met Alard en de buren de bedevaart. 

Mirakel 323

19 maart 1384

Claas Andriesz., geboren te Groot-Lith aan de Maas, woonachtig geweest in Vlaanderen, meester in het gebruik van kanonnen en in het samenstellen van buskruit, streed mee in de slag van Westrosebeke of "Droghe-Rosebeke" op 25 november 1382. Het was in die slag tegen de Gentenaren, dat Philips van Artevelde dood bleef en met hem meer dan 28.000 anderen. Claas kreeg een Engelse pijl in de linkerdij boven de knie. Hij viel neer en dacht doodgeslagen te zullen worden. Toen beloofde hij een bedevaart tot Maria van's-Hertogenbosch en een been van zilver. Hij stond op, liep gezond van het strijdveld en zocht een veilig heenkomen. Daarna voelde hij weer de pijn veroorzaakt door de pijl. Tweemaal werd zijn been opengesneden, maar men kon de pijlpunt niet meer vinden.Op donderdag voor Pinksteren, 7 mei 1383, had hij zo veel pijn, dat hij bad tot Maria van 's-Hertogenbsoch en haar een zilveren been met de eventueel te vinden pijlpunt beloofde,. Voor de derde maal sneed men zijn been open en vond men de pijl beneden zijn knie. Daarna genas hij. Hij volbracht zijn bedevaart. 

Mirakel 324

22 maart 1384

Zoete Jansdr. de vrouw van Mathijs Dagheraet, woonachtig te Dordrecht, was gedurende twee jaar erg dik en leed, zo zei men, aan waterzucht. Na een half jaar zo dik te zijn geweest, baarde zij een dochter. Zij bleef echter dik en werd anderhalf jaar later ernstig ziek en moest het bed houden.Voor 24 december 1383, kerstavond, beloofde zij een bedevaart tot Maria van 's-Hertogenbosch en een beeld van drie pond was. Zij genas voorspoedig en volbracht met haar man de bedevaart. Veel buren bevestigden het gebeuren. 

Mirakel 325

(zonder datum)

Emond Boyst, geboren te 's-Hertogenboch en woonachtig te Luik, waar hij meester in de rechten en officiaal was, leed vanaf 1 juli 1383 aan een zodanige ziekte, dat hij niet meer kon plassen door een ingeklemde blaassteen. De artsen konden hem niet helpen. Van pijn beukte Emond met zijn hoofd tegen de muur. Na drie dagen beloofde hij zijn bedevaart tot Maria van 's-Hertogenbosch, waarna drie blaasstenen zijn lichaam verlieten. Een steen was zo groot als het lid van een vinger. Hij volbracht zijn bedevaart. 

Mirakel 326

27 maart 1384

Gerard die Grote, woonachtig te Groningen in Friesland, bracht een zilveren hart naar Maria van 's-Hertogenbosch, gegeven door Roelof die Smit. Deze Roelof was op 25 december 1383 ziek geworden, sprak twee dagen niet meer en leek te sterven. Men beloofde een zilveren hart, waarop Roelof daags daarna weer beter werd.Gerard volbracht met zijn buren de bedevaart en ontving tevens een brief van de kapelaan te 's-Hertogenbosch als bewijs dat de bedevaart volbracht was.

 

Mirakel 327

 

2 april 1384

Gerrit Groen Dirksz., Woonachtig te Groningen in Friesland, werd twee jaar geleden gevangen genomen bij de "Somme" drie mijl achter Groningen. Men hoopte op zijn goederen en op een losgeld, te betalen door zijn vader. Deze wilde echter niets betalen. Na drie weken werd een andere man gegrepen, die een bedevaart had gemaakt naar Maria van 's-Hertogenbosch. Deze spoorde Gerrit aan, een bedevaart te beloven. Hij beloofde een bedevaart en een offerande van twee pond was, die hij bijeen zou bedelen. Daarna sprongen de sloten van de kettingen om Gerrits benen los, zodat hij kon vluchten. Weliswaar werd hij nog achtervolgd, maar hij kwam tijdig in een ander rechtsgebied. Hij volbracht daarop zijn bedevaart.  

Mirakel 328

2 april 1384

Alard van Inghen, de zoon van Ard Palc, woonachtig te Erichem in het land van Buren, viel op 29 maart in een put en verdronk. Na meer dan een uur haalde men hem uit het water. Zijn vader en diens zuster Liesbet beloofden een bedevaart tot Maria van 's-Hertogenbosch en het gewicht van Alard in wijn en weit. Na meer dan twee uur kwam Alard weer tot leven. Met zijn drieën en met de buren volbrachten zij de bedevaart. 

Mirakel 329

6 april 1384

Margriet, de dochter van Gielis Jansz, ook wel geheten Gielis die Becker, en van Conegond, woonachtig te Hazerswoude, viel op Palmzondag, 3 april, rond twaalf uur in het water en verdronk. Men haalde haar na meer dan twee uur uit het water. Haar ouders en grootmoeder beloofden een bedevaart tot Maria van's-Hertogenbosch. Haar moeder beloofde tevens vijf avonden te vasten op water en brood; haar grootmoeder beloofde tevens alle zaterdagen te vasten op water en brood. Daarop kwam het kind weer tot leven. Samen met haar ouders en grootmoeder volbracht Margriet de bedevaart. 

Mirakel 330

6 april 1384

Clara, de vrouw van Jan Jacobsz., woonachtig te Schipluiden bij delft, kreeg op 2 februari een beroerte, waardoor zij aan de rechterzijde verlamd werd. Toen beloofde zij een bedevaart tot Maria van 's-Hertogenbosch en als offerande een kruis van een lood zilver. Binnen veertien dagen genas zij en volbracht, samen met haar man de bedevaart. 

Mirakel 331

11 april 1384

Aleid, de dochter van Dirk Selenz., en van Beatrijs, woonachtig te Oosterhout bij Sint-Geertuidenberg, viel op 2 april rond het middaguur in een gracht en verdronk. Na meer dan ee nuur haalde haar vader haar uit het water na meer dan twee uur beloofden haar ouders een bedevaart tot Maria van's-Hertogenbosch en het gewicht van hun kind in rogge, was en vl., Daarop kwam zij tot leven en volbracht met haar ouders de bedevaart. 

Mirakel 332

11 april 1384

Hille, de dochter van Liesbet, de vrouw van Wouter van der Meer, woonachtig te Grave, werd 's avonds 11 november 1383 ziek en bleek de volgende ochtend dood op haar bed te liggen. Na meer dan een dag raadden enkele Bosschenaren de moeder aan, een bedevaart te beloven tot Maria van 's-Hertogenbosch. Dat deed zij en als offerande beloofde zij het gewicht van haar dochter in wijn, weit, en zilver. Daarop kwam Hille weer tot leven. Meeder en dochter volbrachten de bedevaart met familie en buren. 

Mirakel 333

12 april 1384

Corneius, de zoon van Jan Stochem, veehouder van de hertog te Sint-Truiden, negen jaar oud, was vanaf zijn geboorte stom, maar had een goed verstand. Hij begreep wat men hem duidelijk wilde maken. Nadat Jan en diens broer op 25 december 1383 een bedevaart tot Maria van 's-Hertogenbosch beloofd hadden, kon Cornelius pas spreken. Samen met zijn vader en de buren volbracht hij de bedevaart. De buren bevestigden het verhaal. 

Mirakel 334

12 april 1384

Peter Hendriksz., woonachtig te Zutphen, leed meer dan vierentwintig jaar ernstige pijn aan zijn linkerbeen. Menig arts werd tevergeefs geraadpleegd en met krukken kon hij nauwelijks lopen. Een jaar geleden beloofde hij een bedevaart tot Maria van's-Hertogenbosch, waarop hij genas. Hij volbracht zijn bedevaart. 

Mirakel 335

13 april 1384

Heilwich, de vrouw van Henrik Scuerman, woonachtig te Helmond, leed in de laatste zomer aan buiklop. Zij was ernstig ziek, te meer omdat zij al ruim vijf maanden zwanger was. Gedurende acht dagen leed zij barensweeën en werd van het laatste sacrament voorzien. Het leek dat zij zou gaan sterven, was vanaf haar borst geheel koud en kreeg een kaars in de hand gedrukt. Haar man Hendrik beloofde een bedevaart tot Maria van 's-Hertogenbosch en het gewicht van zijn vroue in wijn, weit, goud, zilver, was en vlas. Daarna baarde Heilwich een kind dat gedoopt werd en slechts een etmaal leeftde, Heilwich genas voorspoedig en voblracht haar bedevaart, samen met haar man. 

Mirakel 336

13 april 1384

Bele, de vrouw van Volkwijn, rechter van de hertog van Gulik, en zuster van Gise die Smyt, woonachtig te Mönchengladbach, gelegen drie mijl van Neuss en drie mijl van Venlo, brak op 24 juni 1383 haar rechterbeen en verwondde haar rechtervoet, Zij leed vreselike pijn en haar been werd geheel ontstoken en zwart. Toen beloofde zij een bedevaart tot Maria van's-Hertogenbosch en een voet van een pond was bijeen te bedelen. Daarop genas zij en volbracht met haar broer de bedevaart. 

Mirakel 337

13 april 1384

Ard Ardsz. Zcoennincsz., woonachtig te Tienen, werd op 25 maart ziek aan zijn rechterbeen, dat erg zwol. Na veertien dagen beloofde hij een bedevaart tot Maria van 's-Hertogenbosch. Daarop genas hij en volbracht hij zijn bedevaart. 

Mirakel 338

14 april 1384

Coengont, dfe vrouw van Reinboud die Tymmerman, woonachtig te Batenburg, werd op 20 maart ernstig ziek. Drie weken later, met Pasen, beloofde zij een bedevaart tot Maria van 's-Hertogenbosch en haar gewicht in wijn en weit. Zij genas en samen met haar man volbracht zij haar bedevaart. 

Mirakel 339

14 april 1384

Jan van Loven, woonachtig te Kaiserswerth, ging op een zomeravond rond 27 augustus 1383 naar bed en werd 's nachts blind. Op 1 oktober beloofde hij een bedevaart tot Maria van 's-Hertogenbosch. Dezelfde dag nog genas hij en volbracht de bedevaart met zijn buren. 

Mirakel 340

14 april 1384

Art, de zoon van Hendrik Straesman en van Hadewich, woonachtig te Culemborg, leed aan vallende ziekte. Zijn ouders beloofden in de eerste week van de vasten een bedevaart tot Maria van 's-Hertogenbosch, en als offerande het gewicht van hun zoon in wijn en weit. Toen genas Art en hij volbracht met zijn ouders de bedevaart. 

Mirakel 341

16 april 1384

Willem die Raet, woonachtig te Vlaardingen, werd op 17 september 1383 getroffen door een beroerte, zodat hij aan de linkerzijde geheel verlamd werd. Een half jaar later beloofde hij een bedevaart tot Maria van 's-Hertogenbosch. Langzaam genas hij en begon op krukken te lopen. Daarna genas hij geheel. Hij volbracht zijn bedevaart samen met zijn vrouw en bracht zijn krukken mee. 

Mirakel 342

16 april 1384

Gerrit, de zoon van Jan van der Borch en van Geert, woonachtig te Dodewaard in de Betuwe, leed aan vallende ziekte. Zijn moeder beloofde twee maanden geleden een bedevaart tot Maria van's-Hertogenbosch en als offerande een beeld van was. Daarop genas Gerrit. Geert volbracht met haar zoon en de buren de bedevaart.

Mirakel 343

16 april 1384

Katelijn, de vrouw van Floris van Alphen, woonachtig te Damme in Vlaanderen, werd anderhalf jaar geleden ernstig ziek en verlamde in haar gehele lichaam. Men gaf haar het laatste sacrament. Zes weken later beloofde zij een bedevaart tot Maria van 's-Hertogenbosch en als offerande een pond was. Langzaam genas zij, liep twintig weken op krukken en genas daarna geheel. Zij volbracht haar bedevaart. 

Mirakel 344

17 april 1384

Jan Scotelwesscher, woonachtig te Brussel en werkzaam aan het hof van de hertogin van Brabant, werd ten onrechte beschuldigd van moord en gevangen gezet.Ook werd hij op oudejaarsavond 1383 verlamd aan zijn rechterhand. acht dagen later beloofde hij een bedevaart tot Maria van 's-Hertogenbosch. Zijn hand genas daarop en hij werd zonder boete vrij gesproken. Hij volbracht zijn bedevaart. 

Mirakel 345

19 april 1384

Liesbet, de vrouw van Bijsbrecht die Veer, woonachtig te Batenburg, kreeg op 12 maart een onbekend ziekte. Op 12 april beloofde zij een bedevaart tot Maria van       's-Hertogenbosch en haar gewicht in wijn en weit. Daarop genas zij. Met haar man volbracht zij de bedevaart. 

Mirakel 346

19 april 1384

Willem, de zoon van Gerrit Artsz. en van Liesbet, woonachtig te "Wel", viel op 17 april rond zes uur in een gracht en verdronk. Na meer dan een uur werd Willem door zijn vader uit het water gehaald en het kind leek overleden. Na meer dan een uur beloofden zijn ouders een bedevaart tot Maria van's-Hertogenbosch en het gewicht van het kind  in wijn en weit. Daarop kwam hun zoon weer tot leven. Zij volbrachten met z'n drieën en met de buren de bedevaart. 

Mirakel 347

20 april 1384

Aleid, de dochter van Trude, de vrouw van Alard Snyders, woonachtig te Herveld in de Betuwe, leed aan vallende ziekte. Rond 16 maart beloofde Trude een bedevaart tot Maria van 's_Hertogenbosch, barrevoets, in wol gekleed en levend op water en brood. Tot aan de bedevaart zou ze geen vlees eten. Als offerande beloofde zij het gewicht van Aleid in wijn en weit. Daarna genas Aleid. De moeder volbracht met haar de bedevaart. 

Mirakel 348

23 april 1384

Jacob, de zoon van heer Wouter van Discmuden, priester en van Beatrijs, woonachtig te Mechelen, was vier jaar lang blind aan zijn linkeroog, hoewel zijn oog schoon en helder was. De artsen konden hem niet helpen. Wouter en Beatrijs kwamen te 's-Hertogenbosch en brachten hun blinde zoon voor het beeld van Maria. Prompt genas hij en velen waren er getuige van. 

Mirakel 349

26 april 1384

Hugo Claasz., woonachtig te Reimerswaal in Zeeland, werd op 10 april - Pasen - getroffen door een ziekte waardoor hij niet meer kon lopen. Toen beloofde hij een bedevaart tot Maria van 's-Hertogenbosch, waarna hij langzaam genas en op krukken begon te lopen. Hij volbracht zijn bedevaart op krukken en bad nogmaals tot Maria. Dezelfde dag nog liep hij zonder krukken. 

  • Facebook Social Icon

Over ons

De Broederschap 

*    richt zich op het onderhoud van de Mariakapel en de zorg voor het beeld van de Zoete Lieve Vrouw van Den Bosch.

*    is betrokken bij de katholieke mariale feestdagen door het jaar heen, zoals:  

         Maria, Moeder Gods (1 januari), Maria Lichtmis (2 februari), Maria Boodschap (25 maart), Maria,

         Moeder van de Kerk  Tweede Pinksterdag), de Feestdag van de Zoete Lieve Vrouw van Den Bosch

         jaarlijks op 7 juli, de Bossche Marianoveen tussen 7 en 15 juli van elk jaar, Maria Tenhemelopneming

         (15 augustus ), Maria Koningin (22 augustus), Maria Geboorte (8 september) en Maria Onbevlekt

         Ontvangen (8 december). 

*     organiseert de vieringen in de meimaand waaronder Maria Visitatie op 31 mei en de bidtocht op Moederdag.

De broederschap wordt ondersteund door leden/begunstigers. Het privacybeleid vindt u onder "contact/lidmaatschap'.

 

Contact

T: 06-13293752

E: info@zoetelievevrouw.nl