Lied van de Zoete Lieve Vrouw

Nog niet zo lang geleden gingen vele stemmen op om ‘Brabant’ van Guus Meeuwis uit te roepen tot hét Brabants Volkslied. Maar wat velen vergeten of niet weten is dat we al sinds 1892 een eigen Volkslied in Brabant hebben. Een lied dat tijdens de in de meimaand door tienduizenden Brabanders eensgezind, vol vuur en overtuiging gezongen is: het ‘Volkslied ter eere van Onze Lieve Vrouwe van Den Bosch’, zoals het lied officieel heet. Het lied kent twee versies en heeft een welhaast even kleurrijke en interessante geschiedenis als die van de twee Maria’s in de Sint-Jan.

In het jaar 1887 waren de Fraters van Tilburg 25 jaar werkzaam in ’s-Hertogenbosch. Ter gelegenheid van dat jubileum schreef frater Calasanctius Seroen, de organist van het fraterklooster in de Torenstraat, het lied ‘Aan de Zoete Lieve Vrouwe’. Als melodie koos hij voor een compositie van Frederich Silcher (1789 – 1860) ‘Drauss ist alles so prächtig’, een in die tijd populair Duits meilied. Het lied werd voor het eerst gezongen bij de plechtige viering van het zilveren jubileum in de Sint-Jan, juli 1887, door de ruim 1300 leerlingen van de Bossche fraterscholen, die in processie met vaandels en banieren naar de Sint-Jan waren opgetrokken. De tekst is duidelijk afgestemd op die “honderden kinderen”, die “dit jaarfeest” komen vieren. In het tweede couplet bidden ze voor “ons ouders” die “hun kinderen naarstig opvoeden voor den Heer”. In het derde couplet bidden de schoolkinderen voor de fraters, “uw jubelende Dienaars, de geleiders van ’t kind”. En roepen ze Maria, de patrones van de Fraters van Tilburg, als “hun Schutsvrouw” aan. De tekst die wij nog steeds zingen, is een bewerking van dit voor schoolkinderen bestemd lied.

Op 7 juli 1892 werd Mgr. Wilhelmus van de Ven in de Sint-Jan tot de tiende bisschop van ’s-Hertogenbosch gewijd. Frater Arsenius Lommers, bekend als mede-auteur van de serie schoolleesboekjes ‘Lentebloesem’, bewerkte de eerste versie zo, dat ook volwassenen het lied konden zingen. Verder verving hij toespelingen op het fratersjubileum door regels die betrekking hadden op de bisschopswijding. Daarmee is ook het in dit Marialied merkwaardig aandoende ‘bisschopscouplet’ verklaard. In het eerste couplet werd ‘jaarfeest’ vervangen door ‘feesttij’; in het tweede couplet werden ‘ons ouders’ ‘uw kinderen’ en werden de twee laatste regels helemaal herschreven; in het derde couplet werden de fraters vervangen door ‘den Bisschop’ en verhuisde de ‘Schutsvrouw’ mee van de fraters naar de bisschop; het vierde couplet bleef ongewijzigd.

Wat bleef was een lied, wat taalgebruik betreft even ouderwets en soms even onbegrijpelijk als ons ‘Wilhelmus’, maar met dezelfde wonderlijke kracht. Een lied dat met recht een ‘Volkslied’ genoemd mag worden.

Coen Free

Website van de Broederschap van de Zoete Lieve Vrouw van Den Bosch