80-jarige oorlog, ballingschap van het beeld, de kerk wordt weer katholiek en het beeld keert terug

80-jarige oorlog en ballingschap van het beeld

Tijdens de 80-jarige oorlog koos de stad ‘s-Hertogenbosch aanvankelijk voor de Unie van Utrecht (aansluiting bij de noordelijke Nederlanden). Deze keus leidde na afkondiging vanaf de pui van het stadhuis tot het zogenaamde Schermersoproer van 1 juli 1579, waarna de keus meteen werd gewijzigd ten gunste van de Unie van Atrecht (aansluiting bij de zuidelijke Spaanse Nederlanden).   Tot aan de val van de stad  op 14 september 1629 leidde dit tot een heropleving van het katholicisme.

Bij de verovering van de stad door stadhouder Frederik Hendrik van de Republiek der Verenigde Nederlanden werd de uitoefening van de rooms-katholieke eredienst verboden.  Het beeld van de Zoete Lieve Vrouw werd in die  septemberweek via bisschop Ophovius in veiligheid gebracht bij de adellijke dame Anna van Hambroeck. Zij wist het beeld uit de stad te smokkelen en veilig te stellen in Antwerpen op het einde van het jaar 1629.  Toen aan de dochter van de Spaanse koning Philips II, Isabella Clara Eugenia, dit bekend werd, verzocht zij bisschop Ophovius het beeld naar Brussel te mogen brengen.  Dit werd door bisschop Ophovius toegestaan onder de strikte voorwaarden dat- mocht ‘s-Hertogenbosch in gunstigere religieuze omstandigheden komen te verkeren – het beeld van de Zoete Moeder naar de stad terug zou keren. Dit werd later vastgelegd in een notariële acte van 29 oktober 1663 waarbij de laatste drie overlevende kanunniken van de Sint-Jan (Ludovicus Smeijers, Nicolaus van Broeckhoven en Andreas Timmermans) het beeld van de Zoete Moeder in handen stelden van de prelaat van de Sint Jacobsparochie op Koudenberg te Brussel, waar de Zoete Moeder al sedert 1641 verbleef met de clausule

“dat het Mariabeeld sal moeten overgelevert ende gerestitueerd worden aen die regeerderen van sHertogenbossche… alswanneer aldaer publijkckelijcken ende openbaerlijcken geoeffent ende geëxerceert zal worden die Romijnsche  catholijcke religie”.

Tijdens het verblijf in Brussel is het beeld van de Zoete Lieve Vrouw in jaarlijkse processies rondgedragen en verbleef het dus vanaf 1641 in de Sint-Jacobsparochie op Koudenberg te Brussel – na in de tussentijd van 1630 tot 1641 verbleven te hebben in de proosdijkerk van Saint Géry.  De Zoete Lieve Vrouw verkreeg te Brussel de titel van “Moeder van zachtmoedigheid.”

De Sint Janskerk wordt weer katholiek

Met de komst van de Fransen die leidde tot de Stichting van de Bataafse Republiek in 1798  kwam geleidelijk aan de godsdienstvrijheid weer terug. Het katholicisme werd langzaamaan weer toegestaan in de stad  ‘s-Hertogenbosch. In mei 1810 werd door Keizer Napoleon Bonaparte de Sint Janskerk weer teruggeven aan de katholieke bevolking van de stad.

Met de Sint-Jan kwam ook de Lieve Vrouwe kapel opnieuw in katholieke handen. Doch de troon van de Zoete Moeder bleef nog altijd onbezet, doordat het wonderbeeld in Brussel bleef. Uiteindelijk werd door Koning Willem 1 op 11 december 1816 het Koninklijk Besluit ondertekend dat de Sint Jan definitief aan de katholieken werd teruggeven.  De katholieken moesten echter 60.000 gulden in de schatkist van het Rijk storten en een derde van de kerkgoederen van Sint-Jan moest aan de hervormden worden afgestaan. Aldus werd verordend door koning Willem I, als besluit op de actie van de protestanten, die, na de val van Napoleon, alle moeite deden, om de Sint-Jan wederom in handen te krijgen.Het beeld van de Zoete Lieve Vrouw verbleef echter, na teruggave van het beeld, nog 37 jaar lang, tot 1853, te Brussel.

Na het jaar 1817 trad de Sint-Jan in een rustig, maar arm tijdperk, omdat zij toen nog geen parochie was, doch een rectoraat, ressorterend onder de Sint-Pieter en dus onvoldoende inkomsten had. Hierin kwam een oplossing in 1840, toen de Sint-Jan wederom tot parochiekerk verheven werd, waardoor de financiële toestand verbeterde.

Het beeld keert terug

Inspanningen vanaf 1840 leidden er uiteindelijk toe dat in 1853, in het jaar van het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie, de Zoete Lieve Vrouw terug kon keren naar haar stad.  De toenmalige bisschop van de stad, tevens aartsbisschop van de stad Utrecht, Monseigneur Zwijssen, wist zijn Belgische collega Monseigneur Sterckx op den duur te overtuigen dat het beeld van de Zoete Lieve Vrouw weer terug diende te keren naar ‘s-Hertogenbosch op basis van de oude gemaakte afspraken van bijna 225 jaar daarvoor.  Met name een tweetal schriftelijke verklaringen ondersteunden deze overdracht: de aantekening van bisschop Ophovius in zijn dagboek op 13 maart 1630 dat hij Anna van Hambroeck opdracht had gegeven het beeld naar Brussel te vervoeren en het de landvoogdes Isabella ter hand te stellen onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat het beeld aan niemand in eigendom zou worden overgedragen en dat “Hare Hoogheid” zou beloven het eens weer aan de Bosschenaren terug te geven en de brief van bisschop Ophovius van 15 maart 1630 aan Charles de la Faille, secretaris van de Raad van State te Brussel: “het beeld kan aan Isabella worden overgedragen en naar Brussel vervoerd, maar het zal onder de jurisdictie blijven van de bisschop en het kathedraalkapittel van ‘s-Hertogenbosch en eigendom van de stad ‘s-Hertogenbosch aan wie het op een geschikt ogenblik zou moeten worden teruggegeven”.  Daarnaast gold de hierboven aangehaalde notariële acte als derde bewijs.

Via Mechelen, waar het mirakelboek van de Zoete Lieve Vrouw was bewaard gebleven, en Tilburg, kwam de Zoete Moeder weer naar haar stad ‘s-Hertogenbosch. Het Mirakelboek werd door Monseigneur Sterckx meegeven bij de overdracht. Gedurende de reis verbleef de Zoete Moeder in Tilburg kort in de kapel van het moederhuis van de Zusters van Onze Lieve Vrouw van Barmhartigheid van 17 tot 26 december 1853. Door deze orde werd een gouden hart en een kruisje geschonken aan de Zoete Moeder. Via een plechtige processie werd de Zoete Lieve Vrouw vanuit Tilburg in haar oude Bossche mariakapel geplaatst in de Sint Janskathedraal waarbij de hele stad uitstroomde om Haar welkom te heten. Dit gebeurde op 27 december 1853, de feestdag van de patroonheilige van de Sint Jan, Johannes de Evangelist.

Op Maria Lichtmis 2 februari 1855 werd de Zoete Lieve Vrouw vervolgens op Haar eeuwenoude troon geplaatst in haar kapel. Deze troon is in de 20e eeuw vervangen door de wijze waarop de Zoete Moeder nu in haar kapel zichtbaar is.

Afbeeldingsresultaat voor Zoete Lieve Vrouw Brussel

Website van de Broederschap van de Zoete Lieve Vrouw van Den Bosch